codeur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • co·deur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord codeur codeurs
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

codeur m [1]

  1. (beroep) iemand die codeert (gegevens in code overbrengt dan wel software schrijft)

Gangbaarheid

71 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.

Verwijzingen