cockpit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

cockpig van een vliegtuig
Uitspraak
Woordafbreking
  • cock·pit
enkelvoud meervoud
naamwoord cockpit cockpits
verkleinwoord cockpitje cockpitjes

Zelfstandig naamwoord

cockpit m

  1. ruimte voor de bestuurder in vliegtuig, boot of raceauto
    • Het gebeurt niet vaak, maar komt soms toch voor: een vliegtuig verdwijnt spoorloos van de radar. Contact met de cockpit leggen lukt niet meer. Al gauw wordt voor het ergste gevreesd. Wanneer er een flink aantal uren zonder radiocontact verstrijkt is het duidelijk: het vliegtuig is neergestort.[1] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

  • Casper van der Veen 18 juni 2016 NRC