cabine

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

cabine van een vrachtwagen
Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·bi·ne
enkelvoud meervoud
naamwoord cabine cabines
verkleinwoord cabinetje
cabientje
cabinetjes
cabientjes

Zelfstandig naamwoord

cabine v

  1. bestuurdershokje van een vracht- of bestelauto
    De trucker had van zijn cabine een heel persoonlijke woonkamer gemaakt.
  2. ruimte voor passagiers in een vliegtuig
    De stewardessen werken in de cabine terwijl de piloten werken in de cockpit.
  3. de ruimte waarin zich de filmprojector van een bioscoop bevindt
  4. kleedhokje
    We kleedden ons om in de cabine voordat we gingen zwemmen.
  5. hokje waarin een tolk werkzaam is
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie