cabine

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

cabine van een vrachtwagen
Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·bi·ne
enkelvoud meervoud
naamwoord cabine cabines
verkleinwoord cabinetje
cabientje
cabinetjes
cabientjes

Zelfstandig naamwoord

cabine v

  1. bestuurdershokje van een vracht- of bestelauto
    • De trucker had van zijn cabine een heel persoonlijke woonkamer gemaakt. 
  2. ruimte voor passagiers in een vliegtuig
  3. de ruimte waarin zich de filmprojector van een bioscoop bevindt
  4. kleedhokje
    • We kleedden ons om in de cabine voordat we gingen zwemmen. 
  5. hokje waarin een tolk werkzaam is
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie