chips

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
[2] Chips.


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • chips
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘gebakken aardappelschijfjes’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1950 [1]
[2] enkelvoud meervoud
naamwoord - chips
verkleinwoord chipje chipjes

Zelfstandig naamwoord

chips mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord chip
  2. (voeding) dunne aardappelschijfjes, gebakken in vet of olie gebruikt als snack
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Tussenwerpsel

ships

  1. (jongerentaal) een uitroep van ergernis waarbij in plaats van shit dan chips gezegd wordt
    • Ships! Ik heb een onvoldoende! 

Verwijzingen