chipje
Uiterlijk
- chip·je
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | chipje | chipjes |
| verkleinwoord |
het chipje o
- (voeding) een gefrituurd dun laagje aardappel
- Zit niet zo veel chipjes te eten; we moeten nog aan tafel.
- In deze betekenis is het meervoud chips het meest gangbaar
het chipje o
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord chip
- Het woord chipje staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Voeding in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal