casanova

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·sa·no·va
Woordherkomst en -opbouw
  • Van de persoonsnaam Giacomo Casanova, een Italiaanse avonturier uit de 18e eeuw
enkelvoud meervoud
naamwoord casanova casanova's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

casanova m

  1. een geobsedeerde versierder met sterke verleidingsstrategieën
    Hij keek me aan met de ogen van een casanova.
Verwante begrippen
Opmerkingen

Het woord wordt met een kleine letter geschreven, omdat het niet langer de persoon Casanova aanduidt, maar een algemene aanduiding voor rokkenjager geworden is. Andere voorbeelden zijn abraham, swiebertje, donjuan, janklaassen en judas.