camouflage

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·mou·fla·ge
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord camouflage camouflages
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

camouflage v [2]

  1. het camoufleren
  2. middel om te camoufleren
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen