camel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
 
1. lichtbruin, als de kleur van een kameel
2. Blazer gemaakt van het fijne haar van een kameel.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·mel
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘kameelkleurig’ voor het eerst aangetroffen in 1974 [1]
  • van Engels camel [2]
stellend
onverbogen camel
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

camel

  1. (kleur) lichtbruin, als de kleur van een kameel
    • Ze droeg de werklaarzen die Reece bij haar thuis in de bijkeuken had zien staan, eerste keer dat ze samen hadden gebakken, een grove bruine broek en een camel westernoverhemd waarvan een van de borstzakjes een beetje bol stond. [3]
  2. (kleding) gemaakt van het fijne haar van een kameel, geliefd om zijn isolerende eigenschappen [4]
    • De man in de camel jas werd tegen Fenton aangeworpen toen de golfbeweging van de opeengepakte massa hem een moment van zijn evenwicht beroofde. [5]
enkelvoud meervoud
naamwoord camel -
verkleinwoord - -

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord

Zelfstandig naamwoord

camel o

  1. (kleur) lichtbruine kleur, als van een kameel
    • Sandalen kunt u kopen in ‘multi-colour’ en in ‘tan’ of ‘camel’, maar wellicht geeft u de voorkeur aan een moderne ‘herenloafer’ of molières in ‘oxblood’ en ‘London Tan’ [6]
  2. (kleding) textiel gemaakt van het fijne haar van een kameel, geliefd om zijn isolerende eigenschappen[4]
    • Soms komt er een prachtige jas van camel in mokka met een stoffen slappe riem binnen. [7]

Gangbaarheid

61 % van de Nederlanders;
52 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
camel camels

Zelfstandig naamwoord

camel

  1. (dierkunde) kameel
Anagrammen


Ladino

Zelfstandig naamwoord

camel

  1. (dierkunde) kameel


Welsh

Zelfstandig naamwoord

camel m

  1. (dierkunde) kameel