cacaovrucht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·cao·vrucht
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘naam voor de vrucht van de cacaoboom’ voor het eerst aangetroffen in 1876, zie vindplaats hieronder.
  • samenstelling van  cacao  en  vrucht 
enkelvoud meervoud
naamwoord cacaovrucht cacaovruchten
verkleinwoord cacaovruchtje cacaovruchtjes

Zelfstandig naamwoord

cacaovrucht v/m

  1. (fruit) (voeding) vrucht van de tropische Theobroma cacao op Wikispecies, die oorspronkelijk uit Midden-Amerika afkomstig is en thans wereldwijd in tropische gebieden voor haar bonen geteeld wordt
     Zeer veel voedender dan koffie of thee is de chocolaad, een drank die op bekende wijze met behulp van het geroosterde poeder der cacaoboonen gemaakt wordt. Deze boonen zitten ten getale van ongeveer 25 in het vleesch van de cacaovrucht, eene vrucht welke veel op een augurk gelijkt. De boonen bevatten een zacht vet (cacaoboter), veel eiwit, zetmeel, dextrine, suiker enz., maar ook eene eigenaardige stof (theobromin) die aan de caffeïne nauw verwant is, hoewel de koffieboom tot de planten fam. der Rubiaccëen, en de cacaoboom tot de Buttneriaceëen, behoort en dus de familiën ver uit elkaar loopen. De theobromine heeft ongeveer dezelfde physiologische werking als de caffeïne.[1]
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 4 april 2021 Weblink bron Joseph Théodore Cattie Natuurkunde. Gemeenzame brieven van een vriend der natuur. in: De Tijdspiegel, Jaargang 33 (juli 1876), D.A. Thieme, Den Haag, p. 348 op dbnl.org op Wikipedia