breekbaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • breek·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen breekbaar breekbaarder breekbaarst
verbogen breekbare breekbaardere breekbaarste
partitief breekbaars breekbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

breekbaar

  1. de eigenschap hebbend gemakkelijk te breken
    • Die elegante glazen zijn nu eenmaal breekbare dingen. 
  2. (figuurlijk) makkelijk te kwetsen, makkelijk te verstoren
    • De harpiste maakte mooie breekbare muziek. 
Vertalingen
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.