gulp

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gulp
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘dikke straal’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1588 [1]
  • In de betekenis van ‘split in broek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1829 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord gulp gulpen
verkleinwoord gulpje gulpjes

Zelfstandig naamwoord

gulp v/m

  1. een door een strook stof afgesloten opening aan de voorzijde van een broek van de man, bedoeld om het plassen te vergemakkelijken
    • Je gulp staat open! 
  2. een plotseling binnenkomende straal of golf water
    • Als je een gulp zeewater inslikt is dat niet lekker, maar je gaat er niet dood van. 
Gelijkklinkende woorden
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
gulpen

gulp

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gulpen
    • Ik gulp. 
  2. gebiedende wijs van gulpen
    • Gulp! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gulpen
    • Gulp je? 

Verwijzingen