bovenhand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ven·hand
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bovenhand
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bovenhand v/m [1]

  1. de bovenkant van de hand
Uitdrukkingen en gezegden
  • de bovenhand krijgen
winnen,zegevieren
In de mails is onder andere te lezen dat 'het incident in Fukushima er álles aan gedaan moet worden om de ánti-kernenergie-lobby'niet de definitieve bovenhand te laten krijgen in de discussie rond kernenergie.[2]
Premier Donald Tusk wil het voorzitterschap gebruiken om de status en het aanzien van Polen in Europa te vergroten. Polen wil een drijvende kracht zijn vóór de Europese zaak en tegen nationalisme en eigenbelang, die in veel lidstaten de bovenhand hebben, zei Tusk deze week.[3]

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen