Naar inhoud springen

bolletje

Uit WikiWoordenboek
  • bol·le·tje
  • afgeleid van  bol zn  met het achtervoegsel -etje
[2] enkelvoud meervoud
naamwoord (bol) (bollen)
verkleinwoord bolletje bolletjes

hetbolletjeo

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord bol
  2. alleen verkleinwoord (voeding) zacht broodje in de vorm van een bol
    • Mijn buurjongen bleef maar van die bolletjes eten. 
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be