broodje
Uiterlijk

- brood·je
| [2] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | (brood) | (broden) |
| verkleinwoord | broodje | broodjes |
het broodje o
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord brood
- alleen verkleinwoord (voeding) klein brood, vaak versierd, belegd of in een speciale vorm, voor één persoon
- In de supermarkt kocht ik een belegd broodje.
- ▸ ' Als ik de letters heb gespeld vraag ik of Daniel een broodje wil, maar hij is zo geconcentreerd bezig met zijn tablet dat hij me niet hoort.[1]
- ▸ 'Het hoort erbij,' zegt hij gelaten, terwijl hij op het bovendek een broodje eet op een bankje in de zon.[2]
- een broodje van eigen deeg geven
iemand iets aandoen wat hij anderen ook aandoet
- ∗ Duitsers die mij klaaglijk aanzien, geef ik een broodje van eigen deeg.[3]
- [2] kadetje
|
- [2] als warme broodjes over de toonbank gaangoed verkocht worden; erg populair of in trek zijn
- [2] als warme broodjes over de toonbank vliegenbuitengewoon goed verkocht worden; een groot succes zijn, heel erg populair of in trek zijn
- [1] een broodje hebben aanmaar amper kunnen leven van
- [1] zijn broodje bij elkaar scharrelenmoeite hebben om de kost te verdienen
- [2] zoete broodjes bakken1. zich erg aardig en deemoedig tonen om een eerder gemaakte fout te compenseren
2. aardig doen om iets van een ander gedaan te krijgen
- [1] als de boter duur wordt, leert men het broodje droog eten
- [1] de geleende broodjes zullen weerkeren
- [1] een broodje daags gespaard, maakt een goede zak tarwe ’s jaars
- [1] het is net zo goed, of ge bij de bakker om een broodje komt
2. klein brood, vaak versierd, belegd of in een speciale vorm, voor één persoon
- Het woord broodje staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "broodje" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ “Holy Trientje” (2019), Ambo Anthos, ISBN 9789026334238
- ↑ “Nieuws uit de kosmos” (2024), Fontaine Uitgevers
, ISBN 9789464043075 - ↑ “De tranen der acacia's”
(1949), G.A. van Oorschot
, ISBN 9789028242364 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -je in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Betekenis alleen als verkleinwoord in het Nederlands
- Voeding in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %