blower

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blo·wer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord blower blowers
verkleinwoord blowertje blowertjes

Zelfstandig naamwoord

blower m

  1. iemand die (regelmatig) een joint rookt
  2. blaasapparaat bijv. om overtollige bladeren weg te vegen
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
76 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be