blomst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Blomster: rosen.
Bloemen: rozen.
Blomst til krypgjøkesyren.
Bloem van een gehoornde klaverzuring.
(Oxalis repens)

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • blomst
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord blómstr
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   blomst     blomsten     blomster     blomsterne  
genitief   blomsts     blomstens     blomsters     blomsternes  

Zelfstandig naamwoord

blomst, g

  1. (plantkunde) bloem



Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • blomst
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord blómstr
Naar frequentie 4444
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   blomst     blomsten     blomster     blomstene  
genitief   blomsts     blomstens     blomsters     blomstenes  

Zelfstandig naamwoord

blomst m

  1. (plantkunde) bloesem
    «En blomst er et forplantningsorgan som finnes hos de fleste blomsterplanter.»
    Een bloesem is een voortplantingsorgaan in de meeste bloeiende planten.
  2. (plantkunde) bloem
    «Jeg kjøpte en blomst
    Ik kocht een bloem.
  3. bloei, fleur
    «Trærne står i full blomst
    De bomen zijn in volle bloei.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen