bloemencorso

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bloe·men·cor·so
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bloemencorso bloemencorso's
verkleinwoord bloemencorsootje bloemencorsootjes

Zelfstandig naamwoord

bloemencorso m of o

  1. een optocht van met bloemen versierde voertuigen
    • Wij zouden vandaag naar het bloemencorso gaan kijken, maar door het regenachtige weer ging dat niet door. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.

Meer informatie