corso

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Italiaans

enkelvoud meervoud
corso corsi

Zelfstandig naamwoord

corso m

  1. (It.) optocht, vgl. bloemencorso.
  2. wandelplaats; hoofdstraat.
  3. (taal) Corsicaans; taal die op Corsica gesproken wordt.