blessuur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bles·suur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord blessuur blessuren
blessures
verkleinwoord blessuurtje blessuurtjes

Zelfstandig naamwoord

blessuur v

  1. kwetsuur door sport
    • Door blessures bij het Manchester City-duo John Stones en Fabian Delph en Ruben Loftus-Cheek van Chelsea moest Southgate op zoek naar vervangers. Eerder voegde hij al de 24-jarige James Ward-Prowse toe aan zijn selectie. De middenvelder van Southampton heeft één interland achter zijn naam. [1] 
    • Blesseren,wonden, kwetsen. Blessuur, wonde, kwetsuur. [2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen