blauwtong

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blauw·tong
enkelvoud meervoud
naamwoord blauwtong
verkleinwoord
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

blauwtong

  1. een dsRNA- virusziekte die voornamelijk voorkomt bij schapen
    • Blauwtong wordt overgedragen door knutjes. 
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be