blauwtong

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blauw·tong
enkelvoud meervoud
naamwoord blauwtong
verkleinwoord
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

blauwtong

  1. een dsRNA- virusziekte die voornamelijk voorkomt bij schapen
    • Blauwtong wordt overgedragen door knutjes. 
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie