bevrijder

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vrij·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bevrijder bevrijders
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bevrijder m

  1. iemand die andere persoon bevrijdt
Synoniemen
  1. verlosser
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

bevrijder

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van bevrijd

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.