bevrijden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vrij·den
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van vrij met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -en [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bevrijden
bevrijdde
bevrijd
zwak -d volledig

Werkwoord

bevrijden

  1. overgankelijk iemand of een bevolking van gevangenschap of onderdrukking verlossen
    • De Canadezen bevrijdden een groot deel van Nederland. 
  2. verlost worden van iets dat knelt
    • Prins Claus heeft de Nederlandse man bevrijdt van de stropdas. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen