bevrijden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vrij·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bevrijden


bevrijdde


bevrijd


zwak -d volledig

Werkwoord

bevrijden

  1. (overgankelijk) iemand of een bevolking van gevangenschap of onderdrukking verlossen
    De Canadezen bevrijdden een groot deel van Nederland.
  2. verlost worden van iets dat knelt
    Prins Claus heeft de Nederlandse man bevrijdt van de stropdas.
Vertalingen

Meer informatie