bevinden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vin·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bevinden
bevond
bevonden
klasse 3 volledig

Werkwoord

bevinden

  1. overgankelijk na waarneming tot de slotsom komen, constateren
    • Dit certifikaat moet bevestigen dat de dieren bij het laden, onderzocht werden en gezond bevonden werden.[1] 
  2. wederkerend zich ~: op een bepaalde plaats zijn, aanwezig zijn, zich ophouden
    • Zij allen sliepen samen in één kamer, waarin hun bedden zich zij aan zij bevonden.[2] 
  3. wederkerend zich ~: in de genoemde toestand zijn b.v. zich voelen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Veterinaire gezondheidsovereenkomst tussen het koninkrijk België en de de volksrepubliek Bulgarije. 1967
  2. De twaalf dansende prinsessen, een sprookje.