bestelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ste·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bestelen
bestal
bestolen
klasse 4 volledig

Werkwoord

bestelen

  1. overgankelijk iemand ~: iemand iets wederrechtelijk ontnemen
    • Zij overvielen en bestalen mij. 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.