bestal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·stal

Werkwoord

vervoeging van
bestelen

bestal

  1. enkelvoud verleden tijd van bestelen
    • Ik bestal. 
    • Jij bestal. 
    • Hij, zij, het bestal.