beschermeling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·scher·me·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beschermeling beschermelingen
verkleinwoord beschermelingetje beschermelingetjes

Zelfstandig naamwoord

beschermeling m

  1. iemand die geregeld door iemand anders gesteund of in bescherming genomen wordt
    • Een beschermeling van de oud-dictator doet mee aan de presidentsverkiezingen. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.