beschaafd

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·schaafd
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen beschaafd beschaafder beschaafdst
verbogen beschaafde beschaafdere beschaafdste
partitief beschaafds beschaafders -

Bijvoeglijk naamwoord

beschaafd

  1. net en goed opgevoed
    De beschaafde jongen gaf zijn plaats in de bus aan de oudere man.
  2. een hoge ontwikkeling hebbend
    De Engelsen vinden zich een beschaafd volk, maar als ze alcohol gebruiken kun je dat niet van iedereen uit Engeland zeggen.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Antoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
beschaven

beschaafd

  1. voltooid deelwoord van beschaven


Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl