beroepen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·roe·pen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van roepen met het voorvoegsel be-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
beroepen
beriep
beroepen
klasse 7 volledig

Werkwoord

beroepen

  1. wederkerend ~ op: zijn positie verdedigen door te verwijzen naar een bestaande regel of wet
    • Hij beriep zich op de wet op vrije nieuwsgaring. 
  2. overgankelijk iemand vragen de verantwoordelijkheden van voorganger van een kerkelijke gemeente op zich te nemen
    • Men beriep hem het volgende jaar in Kampen. 

Zelfstandig naamwoord

beroepen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord beroep

Werkwoord

vervoeging van
beroepen

beroepen

  1. voltooid deelwoord van beroepen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie