benen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·nen

Zelfstandig naamwoord

benen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord been
Verwante begrippen
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen benen

Bijvoeglijk naamwoord

  1. van been vervaardigd
    Bij de opgraving vond men enige benen kammen.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
benen
beende
gebeend
zwak -d volledig

Werkwoord

benen

  1. (ergatief) met forse pas lopen
    Hij beende vol ergernis naar buiten.