benen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·nen

Zelfstandig naamwoord

benen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord been
Hyponiemen
Verwante begrippen
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen benen

Bijvoeglijk naamwoord

  1. van been vervaardigd
    • Bij de opgraving vond men enige benen kammen. 
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
benen
beende
gebeend
zwak -d volledig

Werkwoord

benen

  1. ergatief met forse pas lopen
    • Hij beende vol ergernis naar buiten. 
Hyponiemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie