beleefdheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·leefd·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beleefdheid beleefdheden
verkleinwoord (beleefdheidje) (beleefdheidjes)

Zelfstandig naamwoord

beleefdheid v

  1. een sociale vaardigheid, die de omgang in de maatschappij vergemakkelijkt
    • De beleefdheid van de Britse passagiers op de Titanic heeft hen het leven gekost. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie