beleefdheidje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·leefd·heid·je

Zelfstandig naamwoord

beleefdheidje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord beleefdheid