belangen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·lan·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
belangen
belangde
belangd
zwak -d volledig

Werkwoord

belangen [1]

  1. betreffen

Zelfstandig naamwoord

belangen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord belang

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen