bekrompen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·krom·pen
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bekrompen bekrompener bekrompenst
verbogen - bekrompenste
partitief bekrompens bekrompeners -

Bijvoeglijk naamwoord

bekrompen

  1. te beperkt van opvatting, niet verder kunnen kijken dan je neus lang is
    Het is een bekrompen idee om niet te vragen wat de mensen willen eten, maar ze gewoon vlees te geven.
  2. krap
    een bekrompen behuizing
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
bekrimpen

bekrompen

  1. meervoud verleden tijd van bekrimpen
    Wij bekrompen.
    Jullie bekrompen.
    Zij bekrompen.
  2. voltooid deelwoord van bekrimpen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl