bekleding

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search
stoel met trijpen bekleding

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·kle·ding
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord van handeling van bekleden met het achtervoegsel -ing.
enkelvoud meervoud
naamwoord bekleding bekledingen
verkleinwoord bekledinkje bekledinkjes

Zelfstandig naamwoord

bekleding v

  1. een laag stof ter versiering en berscherming aangebracht op een hard oppervlak of een meubelstuk
    • De bekleding van die stoel raakt los, die moeten we binnenkort laten repareren. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.