begunstigen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: begünstigen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·gun·sti·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van gunst met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -ig
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
begunstigen
begunstigde
begunstigd
zwak -d volledig

Werkwoord

begunstigen

  1. overgankelijk iemand al dan niet financieel voordeel schenken
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.