begunstigde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·gun·stig·de

Werkwoord

vervoeging van
begunstigen

begunstigde

  1. enkelvoud verleden tijd van begunstigen
    • Ik begunstigde. 
    • Jij begunstigde. 
    • Hij, zij, het begunstigde. 
  2. verbogen vorm van begunstigd, voltooid deelwoord van begunstigen
     Maar zelf was hij niet meer dan een door Gods voorzienigheid uitzonderlijk begunstigde bruggenbouwer.[1]

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044628142
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be