bevoordelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·voor·de·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bevoordelen
bevoordeelde
bevoordeeld
zwak -d volledig

Werkwoord

bevoordelen

  1. overgankelijk iemand ~: aan iemand bijzondere gunsten verlenen
    • Zij zijn daardoor jarenlang bevoordeeld. 
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.