bevoordelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·voor·de·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bevoordelen
bevoordeelde
bevoordeeld
zwak -d volledig

Werkwoord

bevoordelen

  1. overgankelijk iemand ~: aan iemand bijzondere gunsten verlenen
    • Zij zijn daardoor jarenlang bevoordeeld. 
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be