metaforiek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • me·ta·fo·riek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord metaforiek metaforieken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

metaforiek v

  1. (taalkunde) figuurlijk taalgebruik
     Het korte verhaal was van begin tot eind ontdaan van metaforiek en andere literaire stijlfiguren.[1]
     "Het woord zorghelden alleen al komt van het slagveld. De artsen en verpleegkundigen werden de frontsoldaten genoemd in de strijd. En het is grappig dat zo'n metaforiek ineens internationaal omarmd wordt. We strijden tegen een onzichtbare vijand."[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Johan Harstad (vert. Edith Koenders en Paula Stevens) “Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium op Wikipedia, ISBN 9789057598500
  2. Bronlink geraadpleegd op 13 februari 2022 Weblink bron “Coronavocabulaire: 'Veel eendagsvliegen, maar anderhalvemetersamenleving blijft'” (18-04-2020), NOS