beddengoed

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bed·den·goed
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beddengoed
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

beddengoed o

  1. het textiel dat op een bed gebruikt wordt
    • Laken, sloop en deken zijn de belangrijkste onderdelen van beddengoed. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie