bedding

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bed·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bedding beddingen
verkleinwoord beddinkje beddinkjes

Zelfstandig naamwoord

bedding v

  1. de uitholling in het landschap waarin een stroom of beek zich voortbeweegt
    • De bedding van de Eufraat heeft zich in de oudheid verplaatst, waardoor sommige steden in de woestijn kwamen te liggen en verlaten werden. 
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen