basblokfluit
Uiterlijk

- Geluid: basblokfluit (hulp, bestand)
- IPA: / 'bɑzblɔkflœyt / (3 lettergrepen)
- bas·blok·fluit
- samenstelling van bas en blokfluit
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | basblokfluit | basblokfluiten |
| verkleinwoord | basblokfluitje | basblokfluitjes |
- (muziekinstrument) een eenvoudig houten blaasinstrument dat, via een S-bocht, recht voor de mond wordt bespeeld
- De toonomvang van een basblokfluit omvat z'n twee octaven, de laagste toon is een f.
- bamboefluit, bekfluit, blok, dwarsfluit, fluit, kop, labium, rietfluit
1. een eenvoudig houten blaasinstrument
- Het woord basblokfluit staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Muziekinstrument in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal