barak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1. De barak Z van het fort bij Vechten op Wikipedia (nl).
Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·rak
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘eenvoudig gebouw’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1673 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord barak barakken
verkleinwoord barakje barakjes

Zelfstandig naamwoord

barak v/m

  1. tijdelijk onderkomen voor een groep soldaten of andere personen
    • Soldaten en asielzoekers slapen soms in barakken. 
Anagrammen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Tetum

Bijvoeglijk naamwoord

barak

  1. veel