Naar inhoud springen

barak

Uit WikiWoordenboek
1. De barak Z van het fort bij Vechten op Wikipedia (nl).
  • ba·rak
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘eenvoudig gebouw’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1673 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord barak barakken
verkleinwoord barakje barakjes

debarakv/m

  1. tijdelijk onderkomen voor een groep soldaten of andere personen
    • Soldaten en asielzoekers slapen soms in barakken. 
     Ze waren de onbetwiste heerseressen van de barakken en hielden zonder problemen een twintigtal kerels onder de duim, hoe naar liefde snakkend die zich ook konden gedragen na meerdere maanden in de bergen.[2]
     Daarmee moesten ze naar de Duitse barak in Wijngaarden rijden, een luchtwaarnemingspost van waaruit vijandelijke vliegbewegingen aan Duitsland werden doorgegeven.[3]
95 %van de Nederlanders;
93 %van de Vlamingen.[4]

barak

  1. veel