barak

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
barak

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·rak
enkelvoud meervoud
naamwoord barak barakken
verkleinwoord barakje barakjes

Zelfstandig naamwoord

barak v/m

  1. tijdelijk onderkomen voor een groep soldaten of andere personen
    • Soldaten en asielzoekers slapen soms in barakken. 
Anagrammen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Tetum

Bijvoeglijk naamwoord

barak

  1. veel