bankstel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bank·stel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bankstel bankstellen
verkleinwoord bankstelletje bankstelletjes

Zelfstandig naamwoord

bankstel o

  1. bank met bijbehorende fauteuils en eventueel een tafeltje
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be