balling
Uiterlijk
- bal·ling
- In de betekenis van ‘verbannene’ voor het eerst aangetroffen in 1237 [1]
- van banneling, afgeleid van verbannen met het achtervoegsel -ling. [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | balling | ballingen |
| verkleinwoord | ballinkje | ballinkjes |
de balling m
- iemand die verbannen is
- ▸ Een andere verklaring was te vinden in de overgeleverde toespraken van een revolutionaire Algerijnse balling (van wie de naam door de maalstroom van de tijd is verzwolgen) die in de jaren negentig in Parijs verbleef.[3]
- Het woord balling staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "balling" herkend door:
| 87 % | van de Nederlanders; |
| 81 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "balling" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ balling op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Safae el Khannoussi“Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim
, ISBN 9789493339125 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 87 %
- Prevalentie Vlaanderen 81 %