bajar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Koerdisch

Zelfstandig naamwoord

bajar m

  1. stad
Uitspraak
  • IPA: /baʒar/
Woordafbreking
  • ba·jar


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·jar

Werkwoord

bajar

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bajar
bajaba
bajado
volledig
  1. (onovergankelijk) afdalen, dalen, naar beneden gaan
  2. dalen, zakken, afnemen
  3. uitstappen, afstappen
  4. goedkoper worden
  5. (overgankelijk) lager zetten, naar beneden brengen
  6. laten zakken
  7. goedkoper maken, verlagen
  8. downloaden (computer)


Synoniemen
  1. Corso apoyó la mano en la barandilla y empezó a bajar la escalera. [1]
Antoniemen
Verwijzingen
  1. Arturo Pérez-Reverte, El club Dumas, 1993 (2008 uitg., ISBN 978-84-663-2070-2)