Naar inhoud springen

uitstappen

Uit WikiWoordenboek
  • uit·stap·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitstappen
stapte uit
uitgestapt
zwak -t volledig

uitstappen

  1. ergatief uit een voertuig stappen
    • Ik stap bij de volgende halte uit. 
     Vanaf dat bedrijventerrein waren de ruim 200 bussen met supporters eerder die avond vertrokken. Go Ahead Eagles had aanhangers al gewaarschuwd dat het "uitstappen in Deventer enige tijd in beslag kan nemen".[1]
  2. ergatief zich uit een verband terugtrekken
    • Ik stap de raad van bestuur van deze vereniging uit. 

deuitstappenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord uitstap
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[2]
  1. Bronlink geraadpleegd op 22 april 2025 Weblink bron “Feest barst los in Deventer na winst Go Ahead Eagles: 'We gaan Europa in!'” (22 april 2025), NOS
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be