badested

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·de·sted
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

badested m

  1. badplaats, badstreek, badoord, badstrand
    «San Sebastian er både en storby og et berømt badested
    San Sebastian is zowel een metropool als een bekende badplaats.
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   badested     badestedet     badesteder     badestedene  
genitief   badesteds     badestedets     badesteders     badestedenes