sted

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Deens

Uitspraak
  • IPA: /sd̥ɛð/

Zelfstandig naamwoord

sted o

  1. plaats


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • sted
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse zelfstandige naamwoord staðr
Naar frequentie 204
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   sted     stedet     steder     stedene  
genitief   steds     stedets     steders     stedenes  

Zelfstandig naamwoord

sted o

  1. oord, plaats