bœuf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  bœuf     le bœuf     bœufs     les bœufs  

Zelfstandig naamwoord

bœuf m

  1. rund, os
  2. rundvlees

Bijvoeglijk naamwoord

bœuf

  1. (spreektaal) waanzinnig
    «Cette pièce a eu un succès bœuf
    Dat stuk heeft een daverend succes gehad. [1]

Verwijzingen