aval
Uiterlijk
- aval
- Geattesteerd als avallo in 1608. Het is eerder onwaarschijnlijk dat het uit het Italiaans (19de eeuw) of Frans komt (1673), gezien de dateringen. Misschien is het eerder een soort pseudo-Franse vorming uit à valoir (of zelfs pseudo-Italiaans, gezien de eerste attestatie) uit het Nederlands. [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | aval | - |
| verkleinwoord | - | - |
het aval o
- (handel) bindende afspraak over een wissel dat je in die iemands plaats zal betalen als hij zelf in gebreke blijft (als extra zekerheid voor de ontvanger van de wissel)
- Het aval is onderworpen aan vormvoorwaarden: schriftelijk, met de woorden “goed voor aval” en met de handtekening van de avalgever op de wissel zelf of op een verlengstuk of bij afzonderlijke akte. [2]
- (handel) ondertekening van een wissel of bijbehorend stuk als borg voor betaling van die wissel
- Het aval is onderworpen aan vormvoorwaarden: schriftelijk, met de woorden “goed voor aval” en met de handtekening van de avalgever op de wissel zelf of op een verlengstuk of bij afzonderlijke akte. [2]
- Het woord aval staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "aval" herkend door:
| 11 % | van de Nederlanders; |
| 26 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ aval op website: Etymologiebank.nl
- 1 2 Dirix, E. e.a.Handels- en economisch recht in hoofdlijnen 7e druk (2005) Intersentia, Antwerpen; ISBN 9789050954945; p. 152; geraadpleegd 2018-10-16
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | aval | avaloù |
aval m
- [A] geattesteerd sinds ca. 1100 als Oudfrans aval; een oude verbinding van à en val (letterlijk dus "richting de vallei") [1]
- [B] geattesteerd sinds 1673; misschien een verkorting van de Franse frase à valoir; het is zo goed als zeker niet Italiaans, want het Italiaans woord avallo is pas geattesteerd vanaf de 19de eeuw en is waarschijnlijk geleend van het Frans [2]. Misschien geleend van Nederlands aval, zie de etymologie aldaar.
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| aval | l'aval | avals | les avals |
[A] aval m
- de zijde stroomafwaarts; de zijde waarnaartoe de rivier stroomt
- en avalstroomafwaarts
- en aval destroomafwaarts van
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| aval | l'aval | avals | les avals |
[B] aval m
- ↑ aval (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
. - ↑ aval (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Handel in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 11 %
- Prevalentie Vlaanderen 26 %
- Woorden in het Bretons
- Zelfstandig naamwoord in het Bretons
- Fruit in het Bretons
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 4
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Frase in het Frans
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Handel in het Frans